
coproductie met Aukje
Lief klein meisje.
In deze wereld
zijn er mensen die kijken zonder te voelen.
Lachen zonder lichtjes in hun ogen.
Het ene zeggen.
Het andere bedoelen.
Jij snapt er niks van.
Gaat uit van alleen het goede in de mens.
Steeds vaker zie ik hoe ook jij dat kwijt raakt.
Hoe meer mens je wordt.
Hoe minder een klein meisje,
lief.
Ik rijd mijn auto het transferium op en zie tot mijn grote ergernis verder bijna geen wagens geparkeerd staan. Wat zoveel betekent dat het geen koopzondag is in het gehucht waar ik woon. Boos besluit ik ter plekke dan maar naar Amsterdam te gaan, vastbesloten honderd euro kapot te smijten.
Want ik moet en ik zal.
Klein Vrouwtje gelooft.
En ik heb een bon*.
In de speelgoedzaak grijp ik het eerste het beste winkelmeisje om mij te helpen De Lijst af te werken. Behalve de tas van het huis Anubis. Is. Er. Niets. Wat Klein Vroitje wenst. In plaats van 99,99 euro aan spullen leg ik de tas van 9,99 en de keurig uitgeknipte bon voor 15 procent korting op de balie. Vroeger, als mijn moeder met kortingsbonnen betaalde, schaamde ik me kapot.
Maar ik lijk echnie op mijn moeder en morgen word ik wakker met een witte baard en een snor.
* gekregen van mijn moeder en geldig tot en met 1 november. Dus.
Rijdend door België luisteren we naar de radio. Een leraar legt uit waarom er met de jeugd van tegenwoordig niets te beginnen is in de klas. Volgens hem is de opvoeding daar deels schuldig aan:
‘Thuis willen kinderen met hun achterste in de pluimen vallen’.
In juli was de heupoperatie.
Vandaag de eerste controle bij de orthopeed.
Zestien jaar na het ongeluk.
Mijn vader en ik zitten in een wegrestaurant en hebben het er over. Hoe hij mij nog voor zich ziet. Ik binnen gereden werd in het ziekenhuis. Gewikkeld in een aluminium deken, onderkoeld en in shock. Mijn been er niet uit zag zoals het hoort, mijn hoofd vol glasscherven.
'Ik wist dat je niet dood zou gaan, maar het was heftig'.
Ik ben geraakt door zijn woorden.
Blij dat hij er vandaag bij is.
De hele dag. Net als toen.
|
|